Ontdek Gustave Moreau: leven, stijl en artistieke erfenis

Geboren in Parijs op 6 april 1826 en overleden in dezelfde stad op 18 april 1898, neemt Gustave Moreau een bijzondere plaats in binnen de Franse schilderkunst van de negentiende eeuw. Opgeleid bij François-Édouard Picot, bewonderaar van Delacroix en Théodore Chassériau, wordt hij een van de meesters van het symbolisme. Zijn doeken putten uit mythologische en Bijbelse bronnen om een wereld te scheppen van kostbaar detail en dromerige sfeer, waarin de materie zelf beladen lijkt met betekenis. Ver van de taferelen uit het moderne leven waaraan zijn tijdgenoten de voorkeur geven, bouwt Moreau een literaire en gedroomde verbeeldingswereld op, gevoed door lectuur en meditatie, die de gevoeligheid van zijn tijd en die van de volgende generaties blijvend heeft getekend.

Schilderij De jongeling en de dood - Gustave Moreau
Schilderij De jongeling en de dood - Gustave Moreau

Moreau ontdekken betekent een universum betreden waarin het verhaal minder telt dan de gemoedstoestand die het oproept. De reproducties van schilderijen van Gustave Moreau maken het mogelijk deze schilderkunst van binnenuit te benaderen, de gouden draad van zijn toets en de diepte van zijn achtergronden te volgen. Toch moet men de kunstenaar in zijn tijd plaatsen, zijn opleiding begrijpen en de weg begrijpen die hem, van Salon naar atelier, tot een referentiefiguur voor de ontluikende moderniteit maakte.

Een schilder van de droom en de mythologie

De erkenning komt voor Moreau op de Salon van 1864, met 'Oedipus en de Sfinx'. Het onderwerp, ontleend aan de Griekse tragedie, plaatst de held en het gevleugelde wezen tegenover elkaar, in een confrontatie van blikken die de handeling opschort aan de rand van het raadsel. Deze manier om de mythe te behandelen, niet als een historische anekdote maar als een innerlijk theater, zal het handelsmerk van de schilder worden. Bij hem verstart het personage vaak in een roerloze beschouwing, als gegrepen door een gedachte die hem overstijgt.

De thema's die Moreau lief zijn — antieke figuren, Bijbelse episodes, fatale heldinnen — bieden hem het voorwendsel voor een schilderkunst van het kostbare detail. Juwelen, wapens, geborduurde stoffen en fantastische architecturen bevolken zijn composities met een overvloed aan voorwerpen die met de nauwgezetheid van een goudsmid zijn uitgewerkt. Deze rijkdom is nooit vrijblijvend: zij maakt deel uit van een opvatting waarin het ornament iets zegt over de ziel van de wezens, waarin het glinsterende oppervlak een grond van onrust en melancholie bedekt. De sfeer die eruit voortkomt houdt tegelijk het midden tussen droom en visioen.

'De Verschijning' en de symbolistische duizeling

Gevel van het Musée Gustave-Moreau, het voormalige woonhuis-atelier van de schilder, Parijs
Het woonhuis-atelier aan de rue de La Rochefoucauld 14, tegenwoordig het Musée Gustave-Moreau, Parijs

Onder de werken die Moreau beroemd hebben gemaakt bevindt zich 'De Verschijning' (1876), een aquarel die tegenwoordig in het Musée d'Orsay wordt bewaard. De schilder brengt daarin Salomé in beeld tegenover het zwevende hoofd van Johannes de Doper, omgeven door een lichtende halo. De Bijbelse episode wordt geladen met een hallucinerende intensiteit: de danseres, roerloos, lijkt het visioen te aanschouwen dat zij zelf heeft opgeroepen. Het hoofd, zwevend in de lucht, straalt een onwerkelijk licht uit dat antwoordt op de schittering van het edelgesteente waarmee de figuur is getooid.

In hetzelfde jaar behandelt Moreau een verwant motief in 'Salomé dansend voor Herodes' (1876), waarbij hij dezelfde voorliefde voor weelderige architectuur en opschik tentoonspreidt. Deze afbeeldingen van Salomé hebben de geesten blijvend gefascineerd. 'De Verschijning' werd met name geroemd door Joris-Karl Huysmans in zijn roman « À rebours », waarin het personage des Esseintes van het doek een voorwerp van obsessieve beschouwing maakt. Door deze literaire bladzijde is het werk van Moreau een ware icoon van het symbolisme geworden, een ontmoetingspunt tussen schilderkunst en literatuur, tussen het geschilderde beeld en het woord dat het van commentaar voorziet.

'De jongeling en de dood' en 'Het Hooglied'

Twee composities maken het mogelijk de reikwijdte van Moreaus register te meten. De jongeling en de dood stelt de figuur van de jeugd tegenover die van haar lot, in een allegorie waarin schoonheid en eindigheid elkaar beantwoorden. Het ernstige onderwerp leent zich voor deze meditatieve schilderkunst die bij Moreau het abstracte idee omzet in een tastbare aanwezigheid. Het werk verraadt de fascinatie van de schilder voor drempels, die momenten waarop het bestaan omslaat en waarop het zichtbare het onzichtbare raakt.

Omgekeerd put Het Hooglied uit de Bijbelse bron van het liefdesgedicht om een beeld te scheppen waarin gloed en ingetogenheid zich vermengen. De tekst, een van de meest lyrische uit de traditie, biedt Moreau de stof voor een mijmering over verlangen en spiritualiteit, twee registers die zijn schilderkunst nooit tegenover elkaar stelt maar samenvlecht. Men vindt er zijn gevoel voor diepe kleur in terug, zijn manier om de rode en gouden tinten te laten zingen, zijn toets die de materie neerlegt zoals men een edelsteen in een montuur zet.

Deze twee titels illustreren een constante in het oeuvre: de trouw aan de grote teksten, mythologisch of gewijd, en de weigering ze plat te illustreren. Moreau vertelt niet, hij roept op; hij beschrijft geen tafereel, hij distilleert er de essentie van. De toeschouwer wordt niet uitgenodigd om een intrige te begrijpen, maar om een sfeer te ervaren.

De 'noodzakelijke rijkdom' van een kostbare materie

De Verschijning, Gustave Moreau
'De Verschijning' (1876), Gustave Moreau — Musée d'Orsay, Parijs

De stijl van Moreau is herkenbaar aan zijn rijke, dicht bewerkte materie, waarin kostbare stoffen aan de oppervlakte komen. De schilder sprak zelf van de 'noodzakelijke rijkdom': verre van louter decoratieve luxe beantwoordt deze overvloed aan een innerlijke eis, die om de schilderkunst de dichtheid van een droom te geven. De donkere achtergronden worden bezaaid met glansen, de oppervlakken bedekken zich met een minutieus netwerk van lichtaccenten, de figuren duiken op uit een glanzende schemer. De toets stapelt op, laagt over, ciseleert, tot deze indruk ontstaat van een wereld die tegelijk vast en zwevend is.

Deze literaire en gedroomde verbeeldingswereld maakt van Moreau een schilder apart, moeilijk in te delen bij de scholen van zijn tijd. Zijn woning getuigt daarvan: hij vermaakt aan de Staat zijn woonhuis-atelier aan de rue de La Rochefoucauld 14, in het negende arrondissement van Parijs. Nadat het het Musée Gustave-Moreau werd, geopend in 1903, bewaart het meer dan duizend schilderijen en duizenden tekeningen. Deze unieke plek, door de kunstenaar zelf bedacht als een schrijn voor zijn werk, biedt een ongeëvenaarde onderdompeling in de smederij van zijn verbeelding, van de grote voltooide doeken tot de meest verborgen schetsen.

Een meester die openstond voor de moderniteit

Vanaf 1892 geeft Moreau les aan de École des beaux-arts. Zijn pedagogie, ruimhartig en aanmoedigend, steekt af tegen het heersende academisme: hij spoort zijn leerlingen aan hun eigen blik te cultiveren in plaats van een manier na te bootsen. Uit zijn atelier komen kunstenaars voort die tot de meest vernieuwende van de volgende eeuw zullen behoren — Henri Matisse, Georges Rouault, Albert Marquet. De paradox is veelzeggend: deze schilder van de mythologische droom, in schijn naar het verleden gekeerd, vormt hen die het fauvisme zullen uitvinden en de kleur zullen vernieuwen. Zijn vrijheid als leraar verlengt zo, in een andere vorm, de vrijheid van zijn schilderkunst.

Misschien schuilt daarin de diepe moderniteit van Moreau: in dit vermogen om de kleur en de materie te bevrijden van de louter beschrijvende functie, om van het doek een ruimte van meditatie te maken evenzeer als van weergave. Zijn leerlingen zullen niet zijn onderwerpen onthouden, maar deze les in durf en aandacht.

Leven met een werk van Moreau in huis

Een reproductie van Moreau ophangen betekent een schilderkunst in huis halen die zich langzaam prijsgeeft. Deze dichte composities, met hun diepe achtergronden en gouden glansen, houden van een zacht, scheervallend licht dat hun details geleidelijk onthult. Een gerichte lamp, de warme helderheid van de avond, laten de lichtaccenten beter spelen dan een frontale en harde verlichting. Het schilderij wordt dan een brandpunt voor de blik, een punt waarnaar het oog terugkeert.

Tegen een donkere muur of een diepe tint — bosgroen, nachtblauw, sienna — winnen de gouden en rode tinten van 'De Verschijning' of 'Het Hooglied' aan resonantie. Een royaal formaat is op zijn plaats boven een console of dressoir, in een hal, een werkkamer of een leessalon, waar men de tijd neemt om stil te staan. Een sobere omlijsting, met fijne profielen, laat de geschilderde materie alle ruimte innemen zonder ermee te concurreren. Zo geplaatst beperkt het werk van Moreau zich niet tot het versieren van een interieur: het schept er een uitweg, een drempel die uitkijkt op zijn droomtheater.

Schilderij Het Hooglied - Gustave Moreau
Schilderij Het Hooglied - Gustave Moreau
Vorige pagina
Terug naar Krant

Laat een reactie achter

Gelieve op te merken dat opmerkingen goedgekeurd moeten worden voordat ze worden gepubliceerd.